Voeding voor agaporniden
[Genus Agapornis]  

Door Dirk Van den Abeele
(published 07/02/2002)
(Revised 31/05/2007)


Voeding is de primaire levensbehoefte van elk levend wezen. Zonder voeding geen leven, zo simpel is de zaak. Er is al heel wat afgediscussieerd over de ‘ideale’ voeding. Mensen doen vaak jarenlange studies naar de ideale verhoudingen van aminozuren, vetten, vitaminen en eiwitten. Feit is dat de ideale voeding in principe voor elk levend wezend verschillend is en zelfs verschilt van periode tot periode (zoals rui, rust- en broedperiode). Het is daarom voor leken onbegonnen werk om te experimenteren met het zelf samenstellen van voedsel voor agaporniden. Ik denk dat het zelfs verspilde tijd en moeite is, want er is ruim voldoende aanbod aan kant en klare vogelvoeders.

Voedsel in de vrije natuur
Agaporniden leefden oorspronkelijk, vóór enige tussenkomst van de mens, uitsluitend in tropische streken in Afrika en Madagaskar. Nog altijd voeden de vogels zich daar met zaden, vruchten, bessen, bladknoppen, bloemen, insecten en larven. De verschillende soorten agaporniden hebben in de vrije natuur geen last van onderlinge ‘voedselconcurrentie’, omdat ze elk hun eigen voedingsgewoonten hebben. Zo eet de pullarius graszaden op de grond, terwijl de swindernianus  vijgen, zaden en insecten in de boomtoppen eet.
Omdat agaporniden in de vrije natuur meer dan veertig verschillende plantensoorten gedeeltelijk of geheel als voedsel tot zich nemen, is het onbegonnen werk hun dagelijkse opname te analyseren. Bovendien zou men de resultaten van een dergelijke analyse toch niet kunnen gebruiken om de voedingsbehoeften van agaporniden in gevangenschap te vast te stellen: bij vogels in gevangenschap zijn die heel anders dan bij vogels in het wild.

Zaden
Kant en klare zadenmengelingen zijn volop verkrijgbaar, in een voor praktisch elke soort vogel aangepaste versie. Ze zijn te koop in verpakkingen van 1,5 en 25 kilo. In de meeste gevallen voldoen deze zadenmengelingen goed. Het probleem zit hem echter in het feit dat de zadenmengelingen verschillende zaden bevatten. Agaporniden hebben nogal de neiging hun favoriete zaden er uit te halen en de rest te laten liggen. Dat kan er op den duur toe leiden dat de vogels last krijgen van voedsel- en vitaminetekorten, omdat ze een te eenzijdige voeding tot zich nemen. U kunt dat voorkomen door uw vogels een rantsoen te geven dat voldoende is voor één dag. Ze zullen ‘s ochtends de zaden eten die ze het lekkerst vinden en omdat er later op de dag niets anders meer is dan de resterende zaden, eten ze die dan ook op. Zo kunt u er vrij zeker van zijn dat de voeding min of meer compleet is.
Het zijn bepaalde zaden die het meest voorkomen in de diverse zadenmengelingen: kanariezaad, gepelde haver, kempzaad, lijnzaad, gele millet, witte millet, Japanse millet, cardy, boekweit, paddy rijst en haver. Soms zijn er ook nog witte en gestreepte zonnepitten toegevoegd. Over de ideale verhouding tussen de verschillende zaden heeft vrijwel iedere liefhebber een eigen theorie.
Houd er bij zadenmengelingen wel terdege rekening mee dat de vogels de zaden gaan pellen. Daardoor blijft er heel wat restafval achter in het voerbakje en op de grond. Controleer het bakje dus goed, want al menig vogel is door voedselgebrek gestorven omdat zijn eigenaar het restafval voor zaden aanzag! Pak het voerbakje in uw hand en blaas de losse zaadvelletjes er uit. Zo blijven alleen de zwaardere, nog niet opgegeten zaden over.

Eivoer
Wanneer u met uw vogels wilt kweken, moet u onderscheid maken in de voeding die u verstrekt. Vogels die nakomelingen moeten verzorgen, hebben immers een andere, specifieke voedingsbehoefte. De poppen moeten niet alleen eitjes produceren, maar in hun krop ook voldoende voedingsstoffen kunnen aanmaken om hun jongen daarmee de eerste dagen te kunnen voeden. Dat vereist natuurlijk een ander dieet. Daarom voeren liefhebbers tijdens de kweekperiode eivoer bij. Het achterliggende idee is simpel: op een eenvoudige manier extra eiwitten en vitaminen verstrekken. Vroeger werd eivoer meestal zelf gemaakt van droog brood verkruimeld met een gekookt ei, wat extra vitaminen en eventueel wat gekiemde zaden. Tegenwoordig zijn deze eivoeders kant en klaar in de handel verkrijgbaar en van goede kwaliteit.
Als het op eivoer aankomt, heeft elke liefhebber wel zijn eigen ‘geheim’. De een mengt verschillende eivoeders door elkaar, de ander voegt wat extra’s toe en er zijn ook nog mensen die zweren bij het zelfbereide eivoer. Dat laatste is geen enkel probleem, mits u in de gaten houdt dat een beetje extra vitamine geen kwaad kan, maar overdaad schaadt! Bedenk dat mensen ook niet elke dag vitaminen slikken en dat een teveel aan bepaalde vitaminen zelfs schadelijk voor de gezondheid kan zijn. In principe zou een goed zaadmengsel in combinatie met een evenwichtig eivoer ruim voldoende moeten zijn voor agaporniden. Spijtig genoeg slaan veel mensen op eigen houtje aan het experimenteren, waardoor er altijd wel iets te veel of te weinig is van het ene of het andere. In het slechtste geval kan de voeding dan te eenzijdig worden. Op lange termijn kan dat ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van de vogels!

Kiemzaden
Gekiemde zaden hebben als doel de vogels op eenvoudige manier te voorzien van wat extra groenvoer en vitaminen. Dat gaat als volgt in zijn werk. Spoel de kiemzaden eerst grondig onder koud stromend water. Laat ze daarna ongeveer twaalf uur weken bij kamertemperatuur. Ververs gedurende die tijd het weekwater vier à vijf keer. Giet dan de geweekte zaden in kiemschalen, waarin ze gedurende 48 uur langzaam ontkiemen. Ververs het water in de kiemschalen ook regelmatig. Spoel de zaden ten slotte overvloedig met koud water, laat ze uitlekken en geef ze als bijvoeder, vermengd met wat eivoer. In de handel zijn kant en klare  mengsels van kiemzaden verkrijgbaar, die speciaal voor agaporniden zijn samengesteld. Meestal bevatten deze mengsels cardy, boekweit, paddy rijst, tarwe, gerst, haver, milo, dari, kempzaad en katjang idjoe. Er zijn ook liefhebbers die enkel en alleen gekiemde tarwe en kempzaad geven, in de veronderstelling dat deze zaden de geslachtsdrift aanwakkeren. Voor die veronderstelling zijn tot op heden echter geen harde bewijzen gevonden. Zoals gezegd is de ideale voeding van veel factoren afhankelijk. Gekiemde zaden kunnen weliswaar bepaalde vitaminetekorten opvangen (al heeft iedereen zijn mening over het nut daarvan), maar zijn beslist geen wondermiddel, zoals soms beweerd wordt. Ook hier is een waarschuwing op zijn plaats: haal enkele uren na het aanbieden de kiemzaden die niet zijn opgegeten uit de kooi, want ze kunnen vrij snel verzuren.

Pellets
Deze voedingsmethode is komen overwaaien uit de Verenigde Staten en heeft een aantal jaren geleden zijn intrede gedaan in Europa. Het principe is simpel: alle benodigde voedingsstoffen worden verwerkt tot een vloeibaar geheel en vervolgens gebakken tot licht verteerbare korrels. De vogel krijgt dus in feite steeds een uitgebalanceerde voeding. Omdat de korrels allemaal dezelfde samenstelling hebben, is er geen gevaar voor tekorten. Er kleven ook nog andere voordelen aan: zo is er bijna voor elke soort vogel en elke situatie een specifieke ‘korrelvoeding’ te koop, waardoor het toevoegen van eivoer en vitaminen tijdens het kweekseizoen overbodig wordt en worden de korrels helemaal opgegeten, zodat er weinig of geen afval overblijft.
Een nadeel zou kunnen zijn dat u de vogels moet ‘leren’ van deze korrels te eten. Zijn ze er eenmaal aan gewend, dan geven pellets geen enkel probleem. De ervaring heeft mij geleerd dat agaporniden zonder al te veel problemen op deze andere voeding zullen overschakelen. Zoals het bij alle nieuwigheden gaat, zijn er ook verstokte tegenstanders van deze voeding. Bedenk echter dat menigeen 25 jaar geleden ook de wenkbrauwen heeft gefronst bij de introductie van hondenbrokken. Die zijn immers vandaag de dag ook niet meer weg te denken.

Extraatjes
Iedereen wil zichzelf, maar ook zijn huisdier(en) af en toe verwennen. Of het nou om een hond, een goudvis of een vogel gaat. Daar is ook helemaal niks op tegen. Zolang u het maar niet overdrijft en bedenkt dat het om iets extra’s gaat. Agaporniden zijn bijvoorbeeld dol op een stukje fruit, wat trosgierst, halfrijpe maïs en broccoli.
Zorg er in elk geval voor dat de extraatjes die u geeft van natuurlijke oorsprong zijn (dus geen kunstmatige kleurstoffen etc.). Geef liever geen suikers en andere zoetigheid.

Eigen ervaring met pellets
in 1997 maakte ik voor het eerst kennis met pellets. Ik was destijds redacteur van het verenigingsblad van de BVA en kreeg een uitnodiging van een grote dierenvoedselfabrikant voor de perspresentatie van hun nieuwste product: korrelvoeding. Ik stond heel sceptisch tegenover dit nieuwe voeder en had er nogal wat bedenkingen bij. Het werd allemaal wel bijzonder rooskleurig voorgesteld, maar mijn vogels korreltjes gaan voeren, dat zag ik niet echt zitten. Het leek me allemaal een aardige publiciteitsstunt, maar daar zou het ongetwijfeld ook bij blijven. Wie voederde er nou korrels aan zijn vogels?! Links en rechts had ik natuurlijk ook al de nodige cowboyverhalen gehoord over totaal mislukte kweekresultaten en andere nare gevolgen van deze nieuwste uitvinding. Voor ons liefhebbers was de klassieke manier van voederen nog altijd de beste.
Tot mijn verrassing hoorde ik een paar maanden later van een vriend dat hij al geruime tijd zijn A. lilianae voederde met de nieuwe pellets. Hij was er duidelijk tevreden over. Ik had op dat moment een kweekseizoen in mineur achter de rug en mijn vriend stelde voor dat ik toch eens een poging met pellets zou wagen. Niet geheel van ganser harte schafte ik een zak van vijf kilo aan, de korrels voor grote parkieten. We mengden ze door het gebruikelijke voer en wachtten af wat er zou gebeuren.
Natuurlijk gooiden mijn vogels de vreemde, onbekende korreltjes uit het voerbakje. Het zag er niet hoopgevend uit, want de vogels aten er duidelijk helemaal niet van. Ik nam toen contact op met de fabrikant en kreeg daar het advies hun voederschema te gaan gebruiken om de overschakeling naar pellets optimaal te laten verlopen. De methode die de fabrikant hanteerde, was erop gebaseerd het aandeel pellets in de voeding langzaam op te voeren. Op hoop van zege, dacht ik. 
Als eerste stap kregen de vogels precies genoeg zaden aangeboden voor één dag. Daarin was ongeveer tien procent pellets bijgemengd. Natuurlijk bleven die de eerste dag liggen. De volgende dag kregen ze nog maar tachtig procent zaden en twintig procent pellets. Nu zag ik toch dat er links en rechts al eens aan een korrel geknabbeld was. Zou het dan toch...?! De dag daarna kregen de vogels zeventig procent zaden en voor de rest pellets. Tot mijn stomme verbazing zag ik die derde dag dat een paar fischeri pellets aan het eten waren! Langzamerhand werd de hoeveelheid pellets opgevoerd tot ik aan een verhouding kwam van twintig procent zaden en tachtig procent pellets.
Toch vond ik dat de vogels nog te veel de neiging hadden de grote korrels te pellen, waardoor er te veel afval op de grond lag. Mijn vriend gaf me het advies over te stappen op een kleiner formaat korrel die beter geschikt zou zijn voor agaporniden. Deze overgang ging heel vlot. Na een paar dagen aten de vogels de korrels zonder problemen helemaal op, zonder ze eerst te ‘pellen’.
Nu waren de vogels weliswaar met succes overgezet op ander voer, maar het wachten was nog wel op de kweekresultaten. Met de nodige twijfel liet ik de vogels in de kweekkooien. Hoe zou dit uitpakken? De vogels hadden immers al enkele maanden geen eivoer meer gehad. Deed ik er wel goed aan of was ik het slachtoffer van een goed georganiseerde reclamestunt? Half oktober kregen de vogels kregen hun nestkasten aangeboden en de eerste resultaten zagen er veelbelovend uit. Vrij snel gingen de vogels over tot het maken van een nest. Na zo’n veertien dagen lagen daar de eerste eieren in. Maar nu moest het gebeuren: zouden de vogels hun jongen wel voeren met deze korrels? De dag na de geboorte van de eerste jongen nam ik een kijkje. Tot mijn grote opluchting leefden de jonge vogels nog.

Wat geef ik:
Tegenwoordig geef ik als basisvoeding aan mijn vogels (agaporniden) nog steeds tachtig procent pellets en twintig procent zaden aan mijn agaporniden. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ik niet ook nog wat groenvoer, trosgierst en andere ‘snoepjes’ verstrek. Eivoer heb ik de laatste twee jaar niet meer gegeven en dat heeft geen enkele invloed gehad op de kweekresultaten. Er sterven nu wel minder vogels tijdens de eerste levensmaanden en ik heb de indruk dat de vogels iets gemakkelijker door de rui gaan.
Tijdens de lezingen die ik regelmatig in België en Nederland over agaporniden houd, komt voeding meestal wel ter sprake. Wanneer ik over pellets vertel en de mening van de aanwezigen peil, komen er heel wat negatieve reacties en verhalen. Bij navraag blijkt slechts een enkeling de pellets ook daadwerkelijk geprobeerd te hebben. De meeste mensen baseren zich op verhalen ‘van horen zeggen’.
Uit contacten met kwekers uit de US heb ik begrepen dat het voederen met pellets in de Verenigde Staten al jaren is ingeburgerd. Het voeren met zaden is daar veel minder gebruikelijk. Het merendeel van de Europese liefhebbers lijkt op het gebied van voeding nogal conservatief. Hetgeen best te begrijpen is. Ook ik had aanvankelijk dezelfde twijfels over dit nieuwe product. Pellets zijn weliswaar duurder in aanschaf, maar omdat de vogels er veel minder van eten, bijna niets meer verspillen en geen eivoer of extra vitaminen meer nodig hebben, besteed ik jaarlijks niet meer geld aan hun voeding dan vroeger, toen ik nog zaden voederde.  Let op pellets zijn zeker geen wondermiddel!!!  Het is een voeding die niet beter of slechter is dan de klassieke voedingen!   Ik heb koppeltjes die in twee nesten 12 jongen hadden, zowel ik ook een paartje heb die op twee nesten slechts een jong hadden.  Maar ligt de oorzaak hier bij de voeding? Neen, deze stelling is veel te simplistisch.  Tal van andere factoren spelen nog een rol!!  Ik heb geen studies gedaan als voedingsdeskundige, ik geef mij ook niet uit al een van hen.  Ik wil gewoon benadrukken dat het niet enkel en alleen de voeding is dit gaat bepalen of er veel of weinig jongen komen.  Als ik morgen mijn voeding aanpas zal ik misschien wat dunner of wat dikker worden. Ik zal nooit, enkel en alleen, door mijn voeding te wijzigen een ‘atleet’ worden.  Vergeet ook vooral niet dat verkopers van die producten alles op alles zullen stellen om hun product als ‘het ideale’ te promoten.  Er is immer geen enkele firma die voor niets werkt en hun taak is geld verdienen met de verkoop van hun producten.  Zowel de leveranciers van pellets, zaden, eivoeders enz.   Eigenlijk is er geen slechte voeding en hebben de vogels het beter bij ons dan in de natuur, want daar moeten ze werken voor hun kost.  Verder geloof ik nooit dat een firma zich kan veroorloven om slechte producten op de markt te brengen, de concurrentie is daarvoor te groot.  Iedereen heeft het wel ergens juist in hun redeneringen. Aan u om zelf te oordelen, en van alles het beste te nemen, zonder u te laten beïnvloeden door om het even wie.

Dirk Van den Abeele
MUTAVI, REsearch & Advice group

Terug naar index